Nu Israël en de Verenigde Staten een oorlog zijn begonnen tegen Iran reageerde dit land vanzelfsprekend met het nagenoeg afsluiten van de Straat van Hormuz. Iedereen had dat kunnen zien aankomen, net als de gevolgen daarvan. Afsluiting van de doorgang is een economisch machtsmiddel als antwoord een een militair machtsmiddel. Waarbij hoe langer het conflict duurt, Iran steeds meer druk kan zetten. Dus stijgt de olieprijs en er dreigt een (mondiale) economische neergang.
Het is echter niet voor het eerst dat de olieprijs sterk oploopt doordat de Israëlische premier Netanyahu druk wil zetten op Iran. Dat deed hij ook in 2012, toen hij dreigde Iran te zullen aanvallen. Daarop waarschuwde Iran de Straat van Hormuz te zullen afsluiten. De dreiging van de aanval op Iran en die van afsluiting van de Straat van Hormuz veroorzaakte toen onrust op de oliemarkt waardoor de prijs sterk sterk steeg. Een jaar later bleek dat de prijsstijging had geleid tot een economische neergang in Nederland. In december 2012 schreef ik hierover een column voor AutoVisie/Telegraaf. Deze column is hier te lezen. In het boek 125 jaar auto in Nederland wordt eveneens hierover geschreven, maar dan voorzien van de bronnen. Onderstaand is deze passage uit het boek lezen.
Uit het boek 125 jaar auto in Nederland:
In de eerste helft van 2011 was de olieprijs gestegen als gevolg van interne omstandigheden in olieproducerende landen (Arabische Lente). De markt vreesde een beperking van het aanbod en door de onzekerheid hierover was de olieprijs in dat jaar opgelopen. In 2012 steeg de prijs van olie opnieuw. Nu niet door interne omstandigheden in olieproducerende landen, maar door politieke redenen. Ditmaal lag de buitenlandse politiek van Israël hieraan ten grondslag. Al enige jaren uitte Israël kritiek op het Iraanse nucleaire programma. Iran wilde naar eigen zeggen de eigen afhankelijkheid van olie verkleinen. Om in het eigen energiegebruik te voorzien wilde het land zich toeleggen op de productie van kernenergie. Onderzoek naar de verrijking van uranium werd gestart en centrales in aanbouw genomen. Ook andere landen in het Midden-Oosten, zoals de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië, hadden om dezelfde reden interesse in de bouw van kerncentrales. Volgens Israël diende de ontwikkeling van civiele kernenergie in Iran de ontwikkeling van een kernwapenprogramma. In eerdere jaren had Israël locaties in Syrië (2007) en Irak (1981) waar soortgelijke programma’s bestonden vernietigd. Hierdoor was de kans reëel dat Israël ook een aanval op Iran zou uitvoeren. Daarnaast waren in Iran in voorgaande jaren meerdere kerngeleerden vermoord, waarvan aangenomen werd dat Israël hierin de hand had.1 In november 2011 liet de Israëlische premier Netanyahu weten het nucleaire programma van Iran niet te zullen accepteren. Hij zocht in eigen land naar politieke steun voor een militaire actie tegen Iran.2 Om Netanyahu hiervan te weerhouden, wilde Obama de economische sancties tegen Iran opvoeren en kreeg hiervoor steun van Europese landen. Hierdoor zou de export van olie door Iran worden beperkt.3
In reactie op de militaire dreiging van Israël en het opvoeren van de sancties tegen Iran, reageerde de Iraanse regering met de waarschuwing van directe stopzetting van de levering van olie aan Europese landen en voor een blokkade van de Straat van Hormuz. Hierdoor liep de spanning verder op, waardoor ook de prijs van olie steeg. Gedurende januari en februari 2012 liep de olieprijs op tot ruim 125 dollar per vat (Brent). Omgerekend was dat 93 euro per vat. Daarmee steeg de olieprijs in euro’s tot het hoogste niveau ooit. Hierdoor stegen vanzelfsprekend ook de brandstofprijzen aan de pomp in Nederland. Half maart kostte een liter benzine € 1,83 in ons land. Een record, niet eerder had men hier zoveel voor een liter benzine betaald. Ook de prijs van diesel stond met € 1,50 hoger dan tijdens de piek in 2008. Het IMF verklaarde dat de hoge energieprijzen de Europese schuldencrisis hadden verdrongen als belangrijkste zorg voor de mondiale economie.4
President Obama waarschuwde in maart 2012 op een conferentie van de pro-Israël-lobby AIPAC voor de dreigende oorlogstaal en benadrukte het effect van de internationale sancties tegen Iran, om te voorkomen dat het land een kernwapen zou ontwikkelen. Door de dreigende oorlogstaal van Netanyahu werd de olieprijs omhoog gedreven en waardoor Iran daarvan profiteerde. Over het beleid ten aanzien van Iran verschilde Obama met Netanyahu. Militair ingrijpen was voor Obama de allerlaatste optie. Volgens Amerikaanse inlichtingendiensten was er bovendien geen hard bewijs dat Iran aan een kernwapen werkte en ook de stafchef van het Israëlische leger was kritisch.5
Korte tijd later verklaarden analisten dat de Westerse landen een inschattingsfout hadden gemaakt. De krapte op de oliemarkt was niet goed ingeschat en er was niet goed nagedacht over de gevolgen daarvan op de oliemarkt en de wereldeconomie. Zij raamden dat de totale kosten van energie op circa tien procent van het wereldwijde bruto binnenlands product lag. Ervaringen uit het verleden leerden dat de mondiale economie in een recessie belandde wanneer dat percentage boven de 9 procent kwam. Dat gebeurde in 1980 tijdens de tweede oliecrisis en in de zomer van 2008 (toen het op 12 procent kwam). Tijdens de burgeroorlog in Libië lagen de kosten iets lager, op acht procent. Volgens de analisten schaadde de langdurig hoge olieprijs de wereldeconomie. De analisten constateerden dat niet alleen in Europese landen de vraag naar olie terug liep, maar ook dat de Chinese economie minderde.6
Op een bijeenkomst van de G20 verklaarden de Ministers van Financiën dat de hoge olieprijzen het economisch herstel in de Verenigde Staten ondermijnde en Europa dieper in de recessie drukte.7 Ook Christine Lagarde van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) liet zich in soortgelijke bewoordingen uit.8 Later dat voorjaar nam de spanning rond Iran af en daalde een vat Brent in juni naar 92 dollar per vat.9 De spanning nam echter voor korte tijd af.
Terwijl de economie in bijvoorbeeld Nederland en andere Europese landen en China stagneerde, liep de spanning over het Iraanse nucleaire programma in augustus 2012 weer op. In de media verschenen berichten dat Israëlische regering voorbereidingen trof om Iran aan te vallen. Met de berichten in de media wilde premier Netanyahu volgens commentatoren de druk op president Obama verhogen. Het was toen vlak voor de Amerikaanse verkiezingen. Voor zijn herverkiezing had Obama de steun nodig van de leden van de pro-Israël-lobby AIPAC en andere Amerikaans-joodse kiezers, die traditioneel vaak democraat stemden. Volgens Israëlische media wilde Netanyahu met zijn dreigementen bereiken dat Obama een harder standpunt tegen Iran zou innemen. In zijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de VN in New York in september 2012 vergeleek Netanyahu de Iraanse regering met het terreurnetwerk al-Qaeda en beschuldigde hij Iran van het bouwen van een bom. Binnen een half jaar zou Iran over een kernwapen beschikken. Aan de bouw daarvan wilde hij een grens stellen, een grens die volgens hem niet overschreden mocht worden.10

De hernieuwd oplopende spanning leidde, in combinatie met het ingestelde olie-embargo tegen Iran, wederom tot een hogere olieprijs. De prijs van Brent steeg nu tot ruim 110 dollar per vat. Omdat tegelijk de koers van de euro door de Euro-crisis ten opzichte van de dollar lager stond, kwam de prijsstijging in Europa nog harder aan. In Nederland stegen de brandstofprijzen opnieuw naar recordhoogte. In september stond de benzineprijs op bijna € 1,90. Dat was zeven cent hoger dan het eerdere record uit dat voorjaar. In verband met de hoge olieprijs besloot Sarkozy tijdelijk de accijnzen in Frankrijk te verlagen. De Bovag pleitte voor hetzelfde in Nederland. Volgens Koos Brugman, de directeur van de Bovag, moest er een maximumprijs komen op de benzineprijs. Wanneer de benzineprijs boven dat maximum kwam, moesten volgens hem de accijnzen tijdelijk worden verlaagd.11 Pas eind 2012, na de herkiezing van Obama in de Verenigde Staten, nam de aandacht voor de Israëlische politiek jegens Iran af. Daarna kwam ook de oliemarkt tot rust. Ondertussen raakte Nederland, net als andere landen en mede als gevolg van de Israëlische politiek ten aanzien van Iran, in een economische recessie (zie grafieken). Dit had gevolgen voor het gebruik van auto’s en vrachtwagens. Het verkeer nam door de economische neergang af en mede hierdoor verminderde ook de filedruk in ons land.
Prijs van een vat olie Brent in dollars en euro’s en WTI in dollars (periode 2000 tot en met 2019):

Legenda: geel is WTI in $, blauw is Brent in €, rood is Brent in $. Bron: https://www.statista.com.
Gemiddelde maandelijkse prijs van benzine en diesel in Nederland in euro’s (periode januari 2006 tot en met december 2012):

Legenda: rood is benzine, blauw is diesel. Bron: www.cbs.nl
Bruto binnenlands product (volume) per kwartaal, %-mutatie t.o.v. jaar eerder (periode 2005-2015):

Bron: www.cbs.nl
Naschrift:
Dat Iran binnen een half jaar in het bezit van een kernwapen zou zijn, zoals Netanyahu in september 2012 in zijn toespraak bij de VN beweerde, was een leugen. Dat wist hij zelf ook. Zijn eigen inlichtingendienst had ontkent dat Iran de bom ontwikkelde. De Mossad had namelijk al eerder dat jaar geconcludeerd dat Iran geen activiteiten liet zien die noodzakelijk waren voor het produceren van kernwapens. Dit rapport uit 2012 lekte in februari 2015 uit. Ruim tien jaar later beschikte het land in 2026 nog steeds niet over een kernwapen.
Bronnen:
1 ‘Iran verwacht aanval Israël’, Trouw (12 september 2012); ‘Waarom Israël Iran dit jaar aanvalt’, NRC Handelsblad (28 januari 2012); ‘Schaduwoorlog tegen Iran’, De Volkskrant (6 december 2011); ‘Moorden vertragen kernprogram Iran slechts’, Idem (13 januari 2012); Clingendael International Energy Programma, Kernenergie. Een internationale beleidsverkenning (Maart 2010) 27.
2 ‘Netanyahu probeert meerderheid te krijgen voor aanval op Iran’, NRC Handelsblad (2 november 2011); ‘VS aan Israël: militaire aanval Iran bij overschrijding rode lijnen’, Idem (28 december 2011).
3 ‘Olie-opslag door Iran op zee loopt sterk op door sancties’, NRC Handelsblad (10 januari 2012); IEA, Oil Market Report (10 februari 2012) 16; ‘Waarom Israël Iran dit jaar aanvalt’, NRC Handelsblad (28 januari 2012); ‘Poging Amerikanen en Britten om Israël te weerhouden van Iran-aanval’, Idem (20 februari 2012); ‘Obama waarschuwt voor loze woorden over oorlog Iran’, Idem (4 maart 2012); ‘Netanyahu op bezoek bij Obama: dreiging Iran centraal’, Idem (5 maart 2012); ‘Zorgen over groei drukken olieprijs’, Het Financieele Dagblad (5 juni 2012).
4 ‘VS: Iraanse blokkade Straat van Hormoez onacceptabel’, De Volkskrant (29 december 2011); ‘Olie koerst af op record’, De Telegraaf (9 januari 2012); ‘Bijtende sancties Brussel: boycot van Iranse olie’, De Volkskrant (24 januari 2012; CBS, Statline. P. Polder, ‘Olieprijs breekt nieuw record in euro’s, maar wat doet het kabinet?’, www.peakoil.nl (26 februari 2012); ‘Expert who foresaw 08 crash warns of tough decade’, www.nbcnews.com (28 januari 2012); ‘Oil rallies to $ 120 on Iran EU export fears’, Financial Times (15 februari 2012); ‘Transport reageert gelaten op piek diesel’, Het Financieele Dagblad (14 maart 2012).
5 ‘Obama waarschuwt voor loze woorden over oorlog Iran’, NRC Handelsblad (4 maart 2012); ‘Oorlogsdreiging rond Iran’, De Volkskrant (27 februari 2012).
6 ‘Cushions to stem Iran oil price spike are proving elusive’, Financial Times (27 februari 2012); ‘Beleidmakers hebben krapte op oliemarkt bijzonder slecht ingeschat’, Het Financieele Dagblad (29 februari 2012); ‘Iran oil sanctions threaten the global economic recovery’, Financial Times (6 maart 2012).
7 ‘G20 alert to economic threat from rising oil prices’, Financial Post (27 februari 2012).
8 ‘Dure olie dwingt tot minderen’, Trouw (26 maart 2012).
9 ‘Prijs Brentolie op laagste niveau van 2012’, Trouw (18 mei 2012); ‘Olie blijft rond $ 110’, De Telegraaf (31 mei 2012); ‘Zorgen over groei drukken olieprijs’, Het Financieele Dagblad (5 juni 2012); ‘Olieprijzen verder omlaag’, De Telegraaf (20 juni 2012).
10 ‘Netanyahu op bezoek bij Obama: dreiging Iran centraal’, NRC Handelsblad (5 maart 2012); ‘Israël bereidt zich voor op oorlog’, De Telegraaf (12 augustus 2012); ‘Israëlische berichten over aanval op Iran zijn bedoeld voor VS’, Trouw (16 augustus 2012); ‘Iran drijft wig tussen VS en Israël’, Idem (15 september 2012); ‘Israël vraagt om rode lijn voor Iran’, Idem (2 september 2012); ‘Netanyahu: niets bedreigt Israël meer dan Iran met kernwapens’, Idem (27 september 2012); J. Chaudron, ‘Netanjahoe dreigt met geweld tegen Iran’, Idem (28 september 2012).
11 ‘Dieselprijs stijgt naar nieuw record’, Het Financieele Dagblad (17 augustus 2012); ‘Maximum op benzineprijs’, De Telegraaf (28 augustus 2012); ‘Benzineprijs naar nieuw record’, Idem (31 augustus 2012); Benzineprijs bereikt recordhoogte, maar klagen heeft geen zin’, NRC Handelsblad (5 september 2012); ‘Benzineprijs op nieuwe recordhoogte’, De Telegraaf (5 september 2012); ‘Recordprijs benzine in aantocht’, Idem (5 september 2012).
Zie ook:
Dure olie stelt ons voor een transportprobleem
Een rekening van 42 miljard euro
Ze ‘doen’ het allemaal op olie
