Onder liefhebbers van oude auto’s of de geschiedenis daarvan in Nederland is het een bekend verhaal: in 1896 kocht M.W. Aertnijs zijn eerste Benz bij de fabriek in Duitsland en reed daarmee terug naar Nijmegen. Kort daarna begon hij met de invoer en verkoop van deze auto’s en rond 1900 was hij de belangrijkste handelaar daarvan in ons land. Hij nam het initiatief tot de oprichting van de Nederlandsche Automobiel Club en was betrokken bij de wedstrijd van Parijs-Amsterdam v.v. in 1898.

Aertnijs reed echter niet alleen in 1896 naar Nederland. Hij werd hierbij vergezeld door een monteur/instructeur van de fabriek met de naam Thum. In Nederlandse literatuur wordt verder niet veel aandacht besteed aan deze man. Goede reden om nader kennis te maken met Thum. Want hij is te beschouwen als de eerste rijinstructeur die een Nederlandse automobilist de kennis om een auto te rijden bijbracht.
Johannes Thum, veelal Hans Thum genoemd, werd op 13 april 1869 in Königsfeld in Baden-Württemberg geboren. Op achttienjarige leeftijd trad hij in april 1887 in dienst bij Benz & Cie in Mannheim. Dat was een jaar nadat Carl Benz zijn eerste driewielige auto had gepresenteerd. Pas in 1893 bracht Carl Benz nieuwe, grote(re) auto’s op de markt. Daarmee begon het succes in de ontwikkeling en verkoop van auto’s. Hans Thum was metaalarbeider en ontwikkelde zich bij de fabriek tot instructeur in het rijden en verzorgen van auto’s. Hij was degene die de eigenaren van een nieuwe auto hierin voorlichtte.

Maar behalve instructeur bij de fabriek nam hij ook enkele malen deel aan automobielwedstrijden. In 1895 nam hij samen met Fritz Held deel aan de wedstrijd Parijs-Bordeaux-Parijs, een rit over maar liefst bijna 1.200 kilometer. De afstand werd in ruim 64 uur overbrugd, waarmee de Benz als vijfde over de eindstreep kwam. Maar omdat een Panhard et Levassor en een Peugeot niet aan de voorwaarden voldeden, werd Hans Thum derde in het eindklassement. Het was namelijk een wedstrijd voor auto’s met vier inzittenden, de Panhard et Levassor en de Peugeot hadden twee inzittenden.
In juli 1899 wonnen Thum en Held de wedstrijd over ruim 190 kilometer van Frankfurt naar Keulen in een 8 pk Benz. Dat deden zij met een gemiddelde snelheid van ruim 20 kilometer per uur. Ditmaal zat Held achter het stuur en verzorgde Thum de auto als bijrijder. Thum werd in mei 1900 tweede in de wedstrijd van Mannheim-Pforzheim-Mannheim in de klasse van toerwagens. In 1902 won Thum de Königstuhl heuvelklim nabij Heidelberg met een Benz. Hij overleed op 2 juli 1904 ten gevolge van een auto ongeluk nabij Odenwald. Hij was toen 35 jaar oud.

Maar zoals genoemd instrueerde Hans Thum nieuwe eigenaren van een Benz. Lange tijd werd bijvoorbeeld aangenomen dat baron Theodor von Liebieg de eerste automobilist in Oostenrijk-Hongarije was (hij was echter de derde in de Habsburgse monarchie). Ook Von Lieberg kreeg na aankoop van zijn Benz in 1893 instructies van Hans Thum. En in de hoedanigheid van instructeur vergezelde Thum enkele jaren later Aertnijs op weg van Mannheim naar Nijmegen, zodat hij hem onderweg de fijne kneepjes van het vak kon bijbrengen. Op zijn beurt kon Aertnijs dit later weer aan anderen doorgeven.
