In het reizen met een kampeerwagen gingen Engelsen voor op de Nederlanders. In 1884 liet de arts William Gordon Stable een woonwagen bouwen waarmee hij rond trok door de natuur. Zijn wagen werd vanzelfsprekend getrokken door paarden. Hij kreeg nadien navolgers en in 1907 werd The Caravan Club opgericht. Deze club bestaat nog steeds. In dezelfde tijd waren er ook al wagens bekend die door een auto werden getrokken. Ook werden er toen al auto’s voorzien van een opbouw waarin men kon slapen. De meeste mensen die een bijzondere reis wilden maken, kozen destijds voor gebruik van een auto. Tijdens de reis kon men van hotel naar hotel rijden en onderweg van al het schoons genieten. Een voorbeeld daarvan was het reisverslag van Genua naar Amsterdam in 1908 met een FIAT 30 pk. Anderen kampeerden in een tent en maakten een tocht op een fiets. Voor zover bekend werd in 1909 voor het eerst een reis in Nederland met een echte kampeerwagen gemaakt.



Er is een verschil tussen een woonwagen en een kampeerwagen. De woonwagen diende als woning voor bepaalde groepen in onze samenleving. Woonwagens waren al ruim voor 1900 in ons land bekend. Gemeentelijke verordeningen waren vaak gericht op het voorkomen dat zwervende / rondtrekkende woonwagenbewoners zich lang in een dorp of stad ophielden. Het imago van de woonwagen was doorgaans niet goed, veel mensen hadden vooroordelen.

De kampeerwagen leek aanvankelijk sprekend op de woonwagen, maar had een ander gebruik. De kampeerwagen diende ter recreatie van de eigenaar, die hiermee in het landelijk schoon wilde vertoeven. De kampeerwagen die door een auto werd getrokken, kwam (vermoedelijk) pas in de tweede helft van de jaren twintig in ons land.

Zoals genoemd werd in 1909 een maandenlange tocht met een kampeerwagen in ons land gemaakt. August Frederik Willem Vogt was als fotograaf werkzaam voor onder meer het tijdschrift Buiten. Voorheen had hij een tiental jaren reizen door ons land gemaakt, waarbij hij te voet, per fiets, met de motorfiets of met een auto door ons land had gezworven om onder meer landschappen, landgoederen en landhuizen te fotograferen. In dat jaar besloot hij om, net als een Engelsman, met een ‘woonwagen’ een tocht door Nederland te gaan maken. Zijn werkgever ging hiermee akkoord, mede omdat hij onderweg zijn foto’s zou maken en zijn artikelen zou schrijven. Deze stuurde hij door naar de redactie. Hij was als het ware een heel vroege ‘digital nomade’ die van plek naar plek reisde en onderweg werkte.

August Vogt plaatste een advertentie in een krant waarin hij een woonwagen ter overname vroeg. Hij kreeg meerdere woonwagens aangeboden, maar geen van deze vond hij geschikt. Daarom kocht hij speciaal voor de reis een nieuwe transportwagen met aan weerszijden ramen en liet deze tot kampeerwagen ombouwen. Het interieur van de kampeerwagen was 2,35 meter lang, 1,90 hoog en 1,30 breed. Het werd ingericht voor gebruik van twee personen, die hierin konden koken en slapen. Om tevens leefruimte te creëren konden de matrassen met scharnieren, tegen de binnenwand, omhoog worden gezet. Ook het beddengoed werd opgerold en met een riem tegen de wand vastgemaakt. Tot slot werd ook een keukenblok en bergruimte gemaakt voor de pannen, het bestek, een kooktoestel, kleding, voorraden, enz. Naar de Engelse traditie vond hij dat zijn kampeerwagen een naam moest hebben en hij noemde zijn kampeerwagen ‘Buiten’. Zijn kampeerwagen werd getrokken door een paard (Bles). Tot slot nam hij nog ter bewaking een hond mee (met de naam Hek).

Van Amsterdam trok hij in juli met zijn zoon Nelis via de Vechtstreek naar Utrecht. Bij Remmerden (nabij Rhenen) kon hij op het erf van een boer overnachten. De boerin had enige twijfel, omdat zij geen woonwagenbewoner tot het erf wilde toelaten. Maar na een gesprek met de boer ging hij akkoord. Dit was illustratief voor zijn reis. Vaak trof hij argwanende landeigenaren die hem niet wilden toelaten tot hun erf. In het geval dat hij op een landgoed wilde staan, liet hij vaak de eigenaar enkele tijdschriften zien met daarin artikelen van zijn hand. Dat opende dan ook de deur tot het landhuis of kasteel. Omdat de eigenaren het vererend vonden wanneer hun huis of kasteel werden beschreven in het tijdschrift.

Ook de boer bij Remmerden ontdooide toen hij besefte welke reiziger hij op het erf had. Nieuwsgierig geworden naar hun vreemde gast, brachten de boer en boerin ’s avonds een bezoek aan August en zijn zoon Nelis. Drie dagen bleef Vogt op het erf staan, verkende de omgeving en maakte zijn foto’s. Daarna vervolgde hij zijn reis richting Wageningen en verbleef daarna op een plekje van het landgoed Bel-Monte, dat van een vriend was. Daarna ging de reis verder naar het landgoed Middachten van de familie Bentinck. Ook daar werd hij gastvrij onthaald en maakte hij zijn foto’s. Daarna reisde hij af naar het zuiden, via Arnhem naar Nijmegen. Onder Nijmegen werd bij een uitspanning langs de Groesbeekseweg overnacht. Vanzelfsprekend bezocht hij ook de Mookerheide. In Cuijk had hij ruim proviand willen inslaan. Maar dat viel tegen. Er was in het dorp geen vlees meer te krijgen. Slechts tweemaal per week werd er geslacht, waardoor hij mis greep. Hij beschreef Cuijk als een weinig welvarend dorp, want ook andere levensmiddelen kon hij amper inslaan. Die avond at hij uit de voorraad die hij had meegenomen. Naar bekend Nederlands gebruik had hij een zak aardappelen en een stuk droge worst op voorraad meegenomen.


De volgende dag had Vogt weer grote moeite om een rustplaats te vinden. Er bleken woonwagens in de buurt rond te zwerven, waardoor boeren niet op hem zaten te wachten. In de buurt van Ottersum kon uiteindelijk dankzij de ‘luxe’ inrichting van zijn kampeerwagen een wantrouwende boer over de streep trekken. Ook hielp het door te zeggen dat hij niets nodig had, behalve wat water. Vanuit Amsterdam kwam toen zijn vrouw Rosalie met de trein naar station Gennep gereisd, om zich bij haar man te voegen. Zijn zoon hoefde toen niet gelijk te vertrekken, omdat hij een slaapplaats bij de boer kreeg aangeboden. Samen met Rosalie vervolgde August Vogt daarna zijn tocht, Nelis ging met de trein terug naar Amsterdam. De tijd die toen aanbrak, samen met zijn vrouw reizend met de kampeerwagen door Limburg, beschreef Vogt nadien als de mooiste die hij had meegemaakt.


Tijdens de reis naar het zuiden van Limburg werd meermalen de rivier de Maas overgestoken. Zigzaggend reisde het echtpaar met de kampeerwagen via Afferden, Well en Arcen naar Venlo, alwaar enkele dagen bij de Holt Mühle werd gekampeerd. Onderweg werden landgoederen en kastelen gepasseerd en bezocht. Maar er waren ook onverwachte, onvriendelijke bezoeken. Dienders van de politie hielden hem staande, de marechaussee klopte ‘s nachts onverwacht op de deur van de kampeerwagen en een jachtopziener probeerde hem kort na aankomst bij een landgoed van het terrein te verwijderen. Via Reuver, Kessel, Swalmen en Roermond kwam het echtpaar aan in St. Odiliënberg. Het was inmiddels eind oktober en de reis had al ruim drie maanden geduurd. Omdat de tijd van nachtvorst naderde en er overdag te weinig goed licht zou zijn voor het maken van goede foto’s, besloot August Vogt de reis aldaar te eindigen. Zijn reisbeschrijving werd in 1910 in het tijdschrift Buiten gepubliceerd.




Zie ook:
