Het humeur van automobilisten aan de pomp had de economische krimp kunnen voorspellen. Toen de brandstofprijzen dit jaar het hoogste niveau ooit bereikten, moest dat wel gevolgen hebben voor de economie. Deze draait immers op olie.
Vorig jaar stond de prijs van olie ook al hoog, toen door de onrust in Libië de oliewinning in dat land tot stilstand kwam. Tot dan toe produceerde Libië circa 1,6 miljoen vaten olie per dag. Door de onrust in het land liep de prijs van olie in het voorjaar op tot ruim 125 dollar per vat. Bij ons liep de prijs van een liter benzine op tot € 1,75. Om de olieprijs te drukken besloten Westerse landen gedurende twee maanden hun strategische voorraden op de markt te brengen. Dat was de derde keer in de geschiedenis. Tegelijk voerde Saoedi-Arabië de olieproductie op. De olieprijs daalde hierdoor weer tot net onder de 100 dollar per vat. In december 2011 was de strijd gestreden en de olieproductie in Libië op gang gekomen. Een periode van meer stabiliteit op de oliemarkten en wat lagere brandstofprijzen leek aan te breken.
Maar toen diende zich in december 2011 een volgend probleem aan. Israëlische politici wilden Iran gaan bombarderen en wel direct. Om Netanyahu hiervan te weerhouden en aan de pro Israël-lobby in eigen land tegemoet te komen, wilde Obama de sancties tegen Iran opvoeren en gingen Europese politici hierin mee. Zij besloten vanaf 1 juli dit jaar een olie-embargo in te stellen. Iran was in december 2011, met ruim 3,5 miljoen vaten per dag, de op twee na grootste exporteur van ruwe olie ter wereld (na Saoedi-Arabië en Rusland). Voor Netanyahu was het olie-embargo tegen Iran niet voldoende. Hij bleef op een militaire aanval op Iran hameren, waardoor de spanning verder opliep. Iran dreigde met directe stopzetting van levering van olie aan Europese landen en waarschuwde voor een blokkade van de Straat van Hormuz. Ondertussen liep de olieprijs in februari op tot ruim 125 dollar per vat. Aan de pomp kostte een liter benzine € 1,83, meer dan ooit tevoren. Dit tot ergernis van automobilisten.
In februari waarschuwden analisten van Citygroup en Barclays dat Westerse politici een inschattingsfout hadden gemaakt. Zij hadden de krapte op de oliemarkt verkeerd ingeschat. De olieprijs was te ver omhoog geschoten. De energiekosten kwamen op circa 10 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product. In het verleden was gebleken dat wanneer het op dat percentage uitkwam, een economische recessie volgde. Even later waarschuwde Christine Lagarde van het IMF voor de ontstane situatie. De hoge olieprijs tastte volgens haar de economieën van Europese landen aan, terwijl deze nog herstellende waren. Volgens haar had de hoge olieprijs de Europese schuldencrisis verdrongen als belangrijkste zorg voor de mondiale economie. Later voerde Irak de oliewinning fors op, pompte Saoedi-Arabië 10 miljoen vaten per dag en hield Netanyahu zich wat rustiger. De olieprijs daalde in juni naar circa 90 tot 100 dollar per vat. Maar het kwaad was al geschied. Korte tijd later volgden de eerste berichten van dalende fabrieksorders en afnemende consumentenbestedingen. Zelfs de Chinese economie draaide wat minder.
In augustus en september 2012 volgde opnieuw dreigende taal uit Israël, om daarmee Obama vlak voor de Amerikaanse verkiezingen onder druk te kunnen zetten. Door de oplopende spanning en het olie-embargo steeg de olieprijs tot ruim 110 per vat. Omdat tegelijk de koers van de euro ten opzichte van de dollar vrij laag stond, kwam de prijsstijging in met name Europa heel hard aan. Gerekend in euro’s was een vat olie nog nooit zo duur geweest. Bij ons stegen de brandstofprijzen tot recordhoogte. In september stond de benzineprijs op bijna € 1,90. In Frankrijk besloot Sarkozy tijdelijk de accijnzen te verlagen. De Bovag bepleitte hetzelfde in Nederland. Landen zoals Griekenland, Italië en Spanje, die tegen het olie-embargo tegen Iran waren geweest en tot dan toe goedkope Iraanse olie hadden kunnen afnemen, waren gedwongen dure olie uit andere landen te kopen. Europese economieën kregen het hierdoor nog zwaarder te verduren. Nu (in december 2012) zien we het resultaat van het avontuur van de Israëlische politici voor Europese economieën, waaronder de onze.
Twee conclusies zijn hieruit te trekken. Het humeur van automobilisten aan de pomp lijkt een goede barometer van de economie te zijn en een wat hogere olieprijs kunnen Westerse economieën momenteel slecht verdragen.
Geplaatst AutoVisie/Telegraaf, 19 december 1912
Zie ook:
Dure olie stelt ons voor een transportprobleem
Een rekening van 42 miljard euro
Ze ‘doen’ het allemaal op olie
