Eén van de bekendste autohandelaren van voor de Eerste Wereldoorlog was Verwey en Lugard’s Automobiel Maatschappij uit Den Haag. Aan het eind van 1905 werd deze firma vertegenwoordiger van Spyker. In 1907 organiseerde Verwey en Lugard ter promotie van Spyker meerdere ritten in eigen land en in Nederlands-Indië. Deze ritten worden uitgebreid in mijn boek over Spyker beschreven en hiervan staan tal van foto’s in het boek. Het was de bedoeling van Verwey en Lugard om in het voorjaar van 1908 ook een rit te houden van Genua naar Amsterdam, om daarmee de mogelijkheden van het gebruik van een Spyker voor welgestelde Nederlandse toeristen te tonen. Maar omdat de Amsterdamse fabriek op dat moment in zware financiële problemen verkeerde, werd de tocht niet met een Spyker maar met een 30 pk Fiat verreden. In mijn boek over Spyker staat deze tocht daarom niet genoemd. Maar omdat er mooie foto’s van de reis van Genua naar Amsterdam zijn overgebleven, staat hierover alsnog een korte beschrijving over deze rit in 1908. Sommige foto’s zijn aangevuld met foto’s van google streetview.

Op 21 maart 1908 werd de Fiat aan boord van het stoomschip de Grotius van de Maatschappij Nederland geladen. Het schip voer onder het gezag van kapitein Pieter Ouwehand. Onder de passagiers scheepten ook Henri van Booven (journalist), August Frederik Willem Vogt (fotograaf), Detloff Siem Jr. (bedrijfsleider bij Verwey en Lugard en bestuurder van de auto), Klaas Groesbeek (uitgever in Amsterdam) met zijn vrouw Anna Assenbroek en Van Schaik (monteur bij Verwey en Lugard) zich in voor de reis naar Genua. Van Amsterdam voer het passagiersschip via Southampton naar Genua, want ook in de Engelse haven werden passagiers opgepikt. Onderweg werd ook Lissabon aangedaan. Genua was destijds een gebruikelijk tussenstop voor reizigers die van en naar Nederlands-Indië gingen.




In Genua werd de Fiat ontscheept en begon de reis terug naar Nederland. Maar voordat deze reis startte, werd eerst een tochtje gemaakt in de andere richting naar Santa Margherita Ligure. Na verblijf van enkele dagen in Genua reisde het gezelschap begin april langs de kust via Savona naar San Remo, Monte Carlo, Nice en daarna door naar Fréjus. Vandaar ging het verder via Brignoles, Trets, Aix en Provence, Avignon (met van daaruit een bezoek aan Tarascon en Arles), Orange, Valence, Lyon, Clermont-Ferrand, Moulins, Nevers, Auxerre, Châlons-en-Champagne, Epernay, Reims, Sédan, Rochefort, Marche-en-Famenne, Aywaille, Luik en Maastricht naar Amsterdam. De tocht van Genua naar Amsterdam duurde zo’n drie weken. Op 19 april kwam het gezelschap in Amsterdam aan.

























